Ome Toon was altijd een groot liefhebber van de fanfare. Zijn vader zat bij de fanfare, zijn zoons zaten bij de fanfare, zijn dochters en broers en zussen zaten bij de fanfare; de hele familie zat wel bij de fanfare of had bij de fanfare gezeten, en moeders waste de uniformen voor, jawel, de korfbalclub en … de fanfare.
Ome Toon had een wind gelaten tijdens de wekelijkse repetitie van de fanfare en niet zo’n kleintje ook. Het was hem wel eens eerder overkomen maar toen hadden ze de bron niet kunnen achterhalen.
Het was de laatste noot in de solo. De hele week had hij al geoefend en die noot moest uit zijn tenen komen, de hoogste noot op een trompet, vijf seconden lang. Op de fiets naar het oefenlokaal had ie alles… Lees verder












