De zaaddonor

1 April Ikzegniets.nl

Kalverliefde

Nol was een laatbloeier. Zijn puberteit viel wat later dan bij zijn klasgenoten. Zijn hormonen gingen wat later aan het werk, zullen we maar zeggen. Op zich niets bijzonders, maar bij Nol was het niet alleen een tijdelijk biologisch verschijnsel. Het zou zijn hele verdere leven veranderen.

Terwijl zijn klasgenoten op het gebied van meisjes al een heel stuk verder waren, kwam Nol voor het eerst in het stadium van kalverliefde. En hoe! Hij was verliefd, heel erg verliefd. Op een meisje, klein en teer, waar hij nergens anders meer aan kon denken. Als hij alleen al aan haar dacht, kreeg hij een rood hoofd. Haar naam uitspreken zonder te stotteren was er helemaal niet bij.

Op een dag zag hij haar alleen op de gang. Ze kwam net uit de wc. In een flits wist hij dat dit zijn kans was. Hij schraapte al zijn moed bij elkaar, telde in gedachten tot honderdduizend en weer terug en sprak haar aan.

Hij wilde haar vertellen hoeveel hij van haar hield, hoe mooi ze was en dat hij dag en nacht aan haar dacht. Hij had er prachtige woorden voor bedacht. Maar er kwam niet veel van terecht. Gestotter, gehakkel, halve zinnen en een hoofd zo rood als een biet. Het was eigenlijk niet om aan te zien. Maar hoe het ook zij, zij begreep precies wat hij bedoelde.

Haar reactie was vernietigend! Ze vond hem een stom jong. Een engerd zelfs. En als ze ooit met een jongen uit zou gaan, dan was Nol toch wel de allerlaatste die daarvoor in aanmerking kwam. Daar kon hij het mee doen!

Discretie was bovendien ver te zoeken. De volgende dag wist de hele klas ervan en had ze alle lachers op haar hand. Vooral zijn mannelijke klasgenoten vonden het prachtig. Het was het begin van een lange periode van pesterijen. Nol voelde zich verdrietig, boos, verraden door de liefde van zijn leven en gekrenkt tot op het bot.

Liefdesverdriet wordt vaak gezien als een leermomentje. Maar bij Nol was dit de overtreffende trap. Dit kwam echt binnen. Hij is er nooit meer bovenop gekomen. Nol keek geen vrouw meer aan.

Een oude rukker

Zijn schooltijd was dan ook niet leuk. Erg ongelukkig zelfs. Maar dat was niet terug te zien in zijn cijfers, want die waren goed. Vooral de exacte vakken. Nol werd een nerd. En wat is nu het aardige van nerds? Ondanks alles zijn ze vaak best gelukkig. Wat ze op het ene vlak verloren hebben, compenseren ze op het andere. Soms zelfs zo erg dat er van overcompensatie gesproken mag worden.

Nol was technisch een knappe kop. Hij kreeg een uitstekende baan, was een geweldige collega en werd zeer gewaardeerd. Dat kwam ook tot uiting in een royaal salaris en een leaseauto.

De negatieve ervaring met het vrouwelijk geslacht had hem niet in een homo veranderd. Je kon ook niet zeggen dat hij seksueel niet actief was. Ze noemen iemand weleens een oude rukker. Nou, dat was Nol ten voeten uit.

Zijn collega’s wisten intuïtief wel waar zijn zwakke punt zat. Daar hoefde hij niets over te vertellen. En dus haalden ze met 1 april een grap met hem uit.

De 1-aprilgrap

Ze lieten hem een brief bezorgen, geschreven op officieel briefpapier van het plaatselijke ziekenhuis. Daarin werd gevraagd of hij zich beschikbaar wilde stellen als zaaddonor voor kunstmatige inseminatie om kinderloze echtparen te helpen. De onderbouwing van het verzoek was zijn uitstekende medische dossier.

Nol las de brief, herlas hem en las hem nog een keer. Een ziekenhuis dat hem uit eigen beweging benaderde vanwege zijn voortreffelijke biologische eigenschappen! Dat was toch wel wat. En met zijn stomme kop had hij het op de zaak verteld.

Het was de 1-aprilgrap van de eeuw!

Zijn collega’s kwamen niet meer bij. De vrouw van een collega werkte bij de administratie van het ziekenhuis en had een paar velletjes briefpapier meegenomen. Daarmee hadden ze de brief zo echt mogelijk gemaakt. Alleen de envelop was blanco geweest. Daar had Nol niet op gelet.

Hij zag er achteraf zelf ook wel de humor van in. Je kon niet anders zeggen dan dat de grap goed in elkaar was gezet. Vooral dat officiële briefpapier had het hem gedaan. En welke kerel is er nu niet gevoelig voor een positief oordeel over zijn mannelijkheid? Zeker wanneer dat uit de medische sector afkomstig lijkt.

Maar de grap kreeg een staartje. Nol ging anders naar zichzelf kijken. In positieve zin zelfs. Hij had een goede baan, had het financieel goed voor elkaar en werd gewaardeerd. Hij had wat te bieden!

Zijn medische dossier? Hij mankeerde niets! Was best gezond. Een beetje overgewicht misschien, maar dat had niets met zijn zaad te maken.

Zaaddonor eerste klas

Het idee liet hem niet meer los. Hij heeft zich daadwerkelijk bij het ziekenhuis aangemeld. Na een serieuze intake was Nol gepromoveerd tot zaaddonor eerste klas. Zijn zaad was uitstekend, hadden ze vanuit het laboratorium gezegd. Eerste klas spul. Dat deed hem goed.

Iedere maand ging hij zijn zaad doneren. Dat deed hij meestal op dagen waarop het bedrijf gesloten was vanwege arbeidsduurverkorting. Dat kwam mooi uit. Je hoeft tenslotte niet aan je baas uit te leggen dat je een dag vrij wilt hebben om in het ziekenhuis een potje vol te masturberen. Alleen wanneer hij met vakantie was, sloeg hij een maand over.

Hij stelde zich weleens voor waar zijn zaad terecht zou komen. Hoe blij die mensen zouden zijn met een baby. Misschien had hij al wel kinderen rondlopen zonder het te weten. Maar in die tijd was dat een gesloten boek. De donor bleef anoniem en over de kinderen kreeg hij niets te horen. Dat vond Nol eigenlijk wel prettig. Het is toch fijn om in stilte iets goeds te doen voor je medemens. Als hij te veel gezopen had, had hij een andere kijk op de zaak: je kwakkie inleveren en geld toe. Eigenlijk net als bij de hoeren, maar dan anders.

Jarenlang heeft hij trouw zijn donaties afgeleverd. Zijn collega’s trouwden, kregen kinderen en sommigen scheidden weer. Een paar begonnen zelfs aan een tweede leg. Nol keek het allemaal aan. Hij had geen vrouw, geen kinderen en geen gezeur. En toch had hij waarschijnlijk meer kinderen verwekt dan al zijn collega’s bij elkaar.

Bij het ouder worden liep de kwaliteit van zijn zaad terug. Op een gegeven moment kwam er zo een einde aan zijn donorschap. Dat begreep hij wel. Zo loopt het nu eenmaal in het leven. Maar het deed toch zeer. Voor het eerste realiseerde hij zich dat het leven eindig was. Daar was hij eigenlijk nooit mee bezig geweest.

Gerdien en Arie

Toen Nol 59 jaar was, met uitzicht op de zestig, werd hij zich bewust dat de herfst van zijn carrière was aangebroken. En niet alleen zijn carrière. Ook zijn leven, want zo voelde het. Het ging allemaal nog best, maar niet meer zo soepel als vroeger. Met name het apparaat tussen zijn benen, dat hem jarenlang zijn donaties had geleverd, begon tekenen van slijtage te vertonen. En dat ging verder dan alleen de kwaliteit van zijn zaad.

Juist in die periode leerde hij via zijn werk Gerdien kennen. Gerdien had een rotleven achter de rug. Een leven dat grotendeels in het teken had gestaan van ziekte en dood. Haar ouders waren overleden, voor wie ze jarenlang had gezorgd. Daarna was haar man gestorven aan kanker en alsof dat nog niet genoeg was, had vorig jaar dezelfde ziekte ook haar oudste dochter het leven gekost. Alleen haar zoon Arie was er nog. Daar droeg ze de zorg voor want Arie had het syndroom van Down en woonde nog thuis.

Heel langzaam bloeide er iets moois tussen Nol en Gerdien op. Het begon met een gesprek, een kop koffie en nog eens een afspraakje. Nol merkte tot zijn verbazing dat hij met Gerdien gewoon kon praten zonder een rood hoofd te krijgen of te moeten stotteren. Dat was hem sinds die rampzalige schooltijd eigenlijk nooit meer overkomen.

Het werd een relatie. Een mooie relatie zelfs. Gerdien trok al snel bij hem in en Arie kwam mee. Dat ging allemaal heel vanzelfsprekend. Nol had ruimte genoeg in huis en financieel was het ook geen enkel probleem.

Arie werd volledig in zijn leven opgenomen. Ze konden het goed met elkaar vinden en Nol had er plezier in om dingen met hem te ondernemen. Hij was ineens niet meer alleen. Hij had nooit het gevoel gehad dat hij iets miste, maar nu hij samenwoonde, was hij blij dat hij dit toch nog in zijn leven mocht meemaken. Het begrip soulmate had voor hem betekenis gekregen.

Ze waren gelukkig samen. Nol, Gerdien en Arie. Een gezin. En dat terwijl Nol nooit van zijn leven een gezin had willen stichten. Zo gingen vijf gelukkige jaren voorbij. Zijn pensioen kwam in zicht en Nol keek ernaar uit om samen met Gerdien van zijn oude dag te genieten.

De beerput gaat open

Maar toen kwam er een kink in de kabel. De wetgeving rond kunstmatige inseminatie en de rechten van donorkinderen was inmiddels veranderd. Ook kinderen die vroeger met hulp van een anonieme donor waren verwekt, gingen steeds vaker op zoek naar hun biologische vader. Nol begreep dat zijn verleden hem weleens zou kunnen inhalen.

En dat was nu precies het stukje van zijn leven dat hij voor Gerdien verborgen had gehouden. Niet eens bewust, vond hij zelf. Het was iets uit zijn vorige leven. Iets waar hij destijds best trots op was geweest, maar wat hij inmiddels een beetje gênant begon te vinden. Bovendien had het toch helemaal niets met hun relatie te maken? Maar ja, hij zou het haar toch een keer moeten vertellen.

Hoe vertel je je vrouw dat je misschien wel tientallen kinderen hebt rondlopen waarvan je de namen niet kent? Dat je die allemaal hebt verwekt in een kamertje van het plaatselijke ziekenhuis, met een plastic potje in de hand? Hij wist het niet. Maar hij vertelde het.

Oeps! Dat viel niet in goede aarde.

Gerdien was woedend. Ze voelde zich bedrogen, niet serieus genomen en vond het verschrikkelijk dat hij haar vijf jaar lang zoiets had verzwegen. In een goede relatie heb je geen geheimen voor elkaar. Nol probeerde nog uit te leggen dat hij er niets verkeerds mee had bedoeld. Dat hij alleen maar kinderloze echtparen had willen helpen. En dat het allemaal lang geleden was, nog voordat hij haar kende. Maar praten hielp niet.

Gerdien was er helemaal klaar mee. Ze pakte haar spullen, nam Arie mee en vertrok. Ze wilde geen financiële hulp en ook niets meer van hem weten. Geen telefoon, geen brieven, helemaal niets. Ze leek wel van de aardbodem verdwenen.

Vader van een hele verzameling

En zo zat Nol weer alleen. Dat was op zich niets nieuws. Maar nu was het anders. Hij had vijf jaar samengewoond met Gerdien en Arie. Er was altijd iemand in huis geweest. Iemand om tegen te praten, om samen te eten en om rekening mee te houden. En nu was er niemand meer. Nol was eenzaam.

Ondertussen hadden de eerste donorkinderen zich gemeld. Dat was ook zoiets raars. Mensen die hem vertelden dat hij hun biologische vader was. Mensen die hem wilden leren kennen en vragen hadden over hun afkomst. Hij werkte er wel aan mee, maar wist niet goed wat hij ermee aan moest.

Het waren vreemde mensen voor hem. Aardige mensen misschien, maar hij kende ze niet. Hij had ze nooit zien opgroeien, was nooit bij hun verjaardagen geweest en had nooit een ouderavond bezocht. Hij voelde zich dan ook helemaal geen vader. Ze hadden zijn zaad, maar verder hadden ze weinig gemeen.

Het contact bleef afstandelijk. Liefdeloos misschien, maar dat was niet uit onwil. Nol kon er gewoon niets mee. En zo was hij op zijn oude dag ineens vader van een hele verzameling volwassen kinderen, terwijl hij zich eenzamer voelde dan ooit.

De erfenis

Van zijn pensioen heeft Nol niet lang mogen genieten. Hij kreeg prostaatkanker. En dat was in die tijd niet zo goed behandelbaar. De ziekte was al te ver gevorderd en de artsen konden weinig meer voor hem betekenen. Het was een wrange samenloop van omstandigheden. Het orgaan waar hij jarenlang zijn voortplantingscapaciteiten aan had te danken, werd hem uiteindelijk fataal.

Toen Gerdien het nieuws hoorde, is ze hem weer komen opzoeken. Ze was nog steeds niet vergeten wat er was gebeurd, maar iemand met kanker aan zijn lot overlaten, dat kon niet.

Nol was blij hen weer te zien. Ze kwamen hem regelmatig opzoeken en hielpen hem waar nodig. Maar van een echte hereniging kwam het niet meer. Daarvoor was er teveel gebeurd.

En net zoals al die andere belangrijke mensen in het leven van Gerdien dood gingen, ging ook Nol dood. De crematie werd in kleine kring gehouden en dat was het. Zijn beste vriend wist nog te vermelden dat Nol veel kinderen had verwekt maar hiervan weinig lol had beleefd.

De rest werd via een rouwkaart op de hoogte gebracht. Het waren er nogal wat met zijn DNA. Toen de begrafeniskosten waren voldaan was er nog een flinke erfenis te verdelen. Nol had dat gelukkig goed geregeld, er hoefde geen ruzie over worden gemaakt want de volledige erfenis was voor Arie.
Want Arie had hem nooit teleur gesteld.